28 sep

Kabouters, Wildemannetjes en -vrouwtjes

Kabouters, Wildemannetjes en -vrouwtjes

Je weet al veel over elfjes. Maar weet je ook veel over de andere volkjes?

Hallo lieve elfenvriendjes! Hier ben ik weer! Het is groot, groen en lekker zacht, rara wie is het? Ik natuurlijk! HAHAHAHA!!! Deze keer niet met een verhaaltje uit het elfenbos. Ik zat te denken, in mijn verhaaltjes heb ik het niet alleen over elfjes. Ik heb het ook gehad over kabouters en over wildemannetjes en –vrouwtjes. Het leek mij leuk om jullie daarom deze keer eens wat meer te vertellen over de kabouters en over de wildemannetjes en -vrouwtjes.

Het dorp van de kabouters

Net buiten het elfenbos, begint een ander bos. Dit bos heet het Prikkelbos. Er groeien heel veel dennenbomen en je vind er hele grote paddenstoelen in allerlei kleuren. Midden in het prikkelbos, groeien de meeste en grootste paddenstoelen. Je raad het al, dit is de plek waar het kabouterdorp is.

In het kabouterdorp is het altijd een drukte van jewelste. Kabouters zijn drukke baasjes. Over de straten rijden allemaal karretjes met kabouters erop. De karretjes worden getrokken door twee en soms zelfs vier muizen. De karretjes liggen vol met spulletjes. De bakker rijdt met een kar vol paddenstoelenbrood en bessenflappen. De groenteboer met een kar vol truffels en radijsjes en natuurlijk zie je overal karretjes met hout. Kabouters wonen in paddenstoelen, maar verder maken ze alles van hout. Hun meubels. Hun borden, messen en vorken. Maar ook buiten het huis zijn veel dingen van hout gemaakt en alles is ook prachtig versierd. De deurposten zijn versierd met houten bloemen, boombladeren en dierenfiguren. Op straat staan houten lantaarnpalen met bovenop een uil van hout. Uit de ogen en oren van de uilen schijnt het licht.

Je ziet ook heel veel dieren in het kabouterdorp. Veel kabouters hebben een muis of hamster in huis. De burgemeester heeft zelfs een konijn in zijn tuin wonen als huisdier. Snuffel heet ze. De burgemeester heeft Snuffel gevonden toen ze nog een babykonijntje was. Ze zat alleen onder een blad te rillen van de kou en haar maag rommelde van de honger. Hij heeft voor haar gezorgd tot ze een groot konijn is geworden. Nu is Snuffel wel tien keer zo groot als de burgemeester, maar ze vind niets zo fijn als knuffelen met haar kleine kabouterpapa.

Weet jij hoe je kan zien welke kabouter de burgemeester is? Hij of zij heeft de grootste muts in het dorp op. Hoe groter de muts hoe belangrijker de kabouter. En hij heeft dan ook een andere kleur. De meeste kabouters hebben een rode of groene muts op. Maar de muts van de burgemeester is avondblauw met een gouden rand. Kaboutermannen dragen houten klompen met een wijde broek en een wijd shirt, met een dikke riem om hun middel. En kaboutervrouwen? Die dragen hetzelfde. Want ook kaboutervrouwen doen mee met houthakken en het land bewerken. Zij werken net zo hard als de mannen. Hun haar zit wel anders. Ze hebben natuurlijk geen baard. Ze dragen hun haar lang met vlechten en mooie strikken in allerlei kleuren.

En weet je wat kabouters ook graag doen. Zingen! De hele dag hoor je de werkende en klussende kabouters zingen in het dorp. Ze zingen dan over werken en klussen natuurlijk, maar ook grappige liedjes, zoals over NixNux de domme kabouter die een keer konijnekeuteltjes aanzag voor besjes. Getsie!

Het land van de Wildemannetjes en –vrouwtjes

Ver voorbij het kabouterdorp, voorbij groene dalen en eenzame wegen, kom je in het land van de Wildemannetjes en –vrouwtjes. Dit harige en wilde volkje woont tussen de toppen van de hoge Rilbergen. Deze bergen zijn zo hoog dat er bovenop altijd sneeuw ligt. Dit vinden de wildemannetjes en –vrouwtjes geweldig, want ze zijn gek op spelen in de sneeuw. Ze skiën en sleeën dan heel de dag. Voor skiën hoeven ze niet eens ski’s aan te doen. Ze hebben zulke grote platte voeten dat ze gewoon op hun blote voeten naar beneden kunnen skiën.

Hun huizen, maar ook hun straten en pleinen, zijn uitgehakt in het steen van de bergen. Daarom hebben ze ook van dat dikke ruige haar. Het beschermt hun niet alleen tegen de kou, maar ook tegen rotssplinters, als ze aan het hakken zijn om een nieuw huis of straat te maken. Ze maken alles groot en hoog en ze versieren alles met figuren als vierkanten, driehoeken, ruiten en sterren. Het is heel indrukwekkend om door een stad van de wildemannetjes en -vrouwtjes te lopen. Vooral ook omdat het vaak heel rustig is op straat. Dit komt omdat wildemannetjes en –vrouwtjes meer vliegen dan lopen. Ze vliegen door de lucht met zwevers die ze van de kabouters in het kabouterdorp kopen. Wat je nog vaker ziet is dat ze langs vliegen op een vleermuis of zwaluw. Vooral jongens en meisjes vliegen graag op zwaluwen. Die gaan zo lekker hard.

De meeste wildemannetjes en –vrouwtjes werken in de mijnen. Ze dragen graag juwelen en sieraden. Bij speciale feesten hebben ze dan ook prachtige gouden of zilveren kralen in hun haar geknoopt. De jongens op hun borst en buik en de meisjes rond hun gezicht. Tijdens zo’n feest wordt er dan vaak ge-bungee-jumped. Weet je wat dat is? Dan bind je een heel dik elastiek aan je enkels en dan spring je van een brug af en dan ga je zo op en neer als een jojo. Prachtig vinden ze dat! Ze heten niet voor niks wildemannetjes en –vrouwtjes. Dat moet jij niet proberen ook te doen, dat is echt super gevaarlijk!

Weet je wie de wildste wildeman is. Dat is de koning. De grote GriebelDiep. Hij is hariger dan wie dan ook. Zelfs uit zijn neusgaten en oren komen grote plukken haar. Bij het bungee-jumpen valt hij dieper en schiet hij weer hoger omhoog, dan wie dan ook. Ondertussen schieten dan de tranen in zijn ogen van de lol. Hij kan ook het wildste dansen van iedereen. Wildemannetjes en –vrouwtjes dansen graag de BoemBoemBats-dans. Dan spring je met z’n allen wild in het rond en dan bots je tegen elkaar totdat er nog maar één iemand overblijft op de dansvloer. Meestal is dat de grote GriebelDiep. Maar iedereen houdt van hem. Als iemand ziek is komt hij langs. Als er ruzie is, zorgt hij ervoor dat ze weer vrienden worden. Soms zit hij op zijn troon en dan komen mensen om raad vragen. Zoals ‘Is het ok om met zijn tienen op een kabouter zwever te vliegen?’. Dan fronst hij zijn harige wenkbrauwen en krabbelt even zijn huisdier Mannie de mol over zijn kop en schudt dan langzaam ‘Nee….’. Een wijs man, koning GriebelDiep.

Laat ons op facebook of via de mail weten wat je van het verhaaltje vind. Tot volgende keer!