01 feb

Het verhaal van Grollebol

Het verhaal van Grollebol

Bij zo’n bijzondere elfenvriend, hoort een bijzonder verhaal.

Hallo allemaal! Ik heb jullie al veel verhalen verteld. Over de elfjes in het elfenbos. Over het elfje Lizzy, die bij het mensenkind Lotte woont. Natuurlijk over Zaza en Tonki en niet zo lang geleden heb ik jullie een verhaal verteld over mijn goede vriend FixNix. Maar jullie weten eigenlijk nog niet zoveel over mij. Ik kan me voorstellen dat jullie af en toe denken. Wie is toch die dikke, vrolijke, pluizige, groene trol Grollebol? Waar komt hij vandaan? Nou, dat ga ik jullie vertellen.

Ik ben geboren in het trollendorp. Dat ligt buiten het elfenbos voorbij het land van de wildemannetjes en -vrouwtjes. Ik was voor een trol niet heel groot. Een beetje dik en mijn haar was nog groener en pluiziger dan nu. Ik leek wel een pluizige skippybal, HAHAHAHA!!!

Trollenjongens zijn vaak niet aardig tegen elkaar. Ze zijn ook niet aardig tegen andere wezens. Ze doen vaak heel stoer. Ze stoeien met elkaar of ze maken dingen kapot. Ze zijn ook een beetje vies en stinken een beetje. Trollen houden er niet van om zichzelf te wassen.

Ik was helemaal anders. Andere trollenjongens vonden mij vreemd. Ik was wel aardig tegen iedereen. Ik hield niet van stoeien. Ik hield van knuffelen en grapjes maken. Ik vond het heerlijk om in de rivier te zwemmen en me dan lekker te wassen. Mijn haar borstelde ik altijd heel netjes en soms deed ik een bloem in mijn haar. Gewoon, omdat ik bloemen mooi vind.

Je kan wel raden wat er gebeurde. Ik werd gepest door de andere trollenkinderen. Heel vaak. Ze riepen dan ‘Hee, je bent toch geen meisje!!!’, of: ‘Getsie! Je stinkt naar bloemen! Ga weg stinkerd!’. Ik was dan heel verdrietig. Eén keer zat ik met tranen op het bankje voor ons trollenhol waar ik met papa, mama en mijn twintig broertjes en zusjes woonde. Mijn vriendinnetje Griebelien liep langs. Ze ging naast me zitten en gaf me een knuffel. ‘Ook al stink je naar bloemen, ik vind je toch lief.’ Ik keek Griebelien aan ‘Die stomme, domme trollen! Er komt een dag, dan zal ik ze eens een poepie laten ruiken! Iedere trol zal mij kennen. Ze zullen tegen elkaar zeggen ‘Dat is een echte trol. Een trol om tegen op te kijken’.

Nu was er één dag per jaar waar alle trollen naar uit keken. De dag van de boterbloemkoekjes eetwedstrijd. De wedstrijd werd gehouden in het elfenbos. Alleen elfjes kennen het geheime recept voor die heerlijke koekjes. Iedereen mocht meedoen. Elfjes natuurlijk. Maar ook kabouters, wildemannetjes- en vrouwtjes en natuurlijk trollen.  Elk jaar was het spannend wie de meeste koekjes kon eten. Beroemde winnaars waren BrumBix de kabouter en natuurlijk Brommelom de trol. Het record was gek genoeg in handen van een elfje. Grinki de elf had meer koekjes gegeten, dan wie dan ook ooit. ‘Hoe kan dat?’, denk je misschien. ‘Elfjes zijn toch klein?’. Ik heb geen idee hoe dat kan. Niemand snapt hoe dat kan. Daarom is Grinki de elf ook zo beroemd! Ongelooflijk hè!

Ik besloot om mee te doen. Het was een drukte van jewelste in het elfenbos. Midden op het veld bij de Olani boom stonden lange tafels waar de deelnemers moesten gaan zitten. Ik zat op één van de stoeltjes. Voor me stond een grote schaal vol met boterbloemkoekjes. Recht tegenover me zat Brommelom. Een reusachtige lelijke trol met een hele dikke buik, wel twee keer zo groot en dik als ik. Hij moest lachen toen hij mij zag. ‘Heee jongens! Dit jaar wordt een makkie. Die kleine groene pluizebol, die eet ik na de wedstrijd op als toetje, HAHAHAHA!!!’ De andere tollenjongens lachten mee.

Maar het lachen verging ze snel. Het fluitsignaal ging en de wedstrijd was begonnen. Wat niemand wist was dat ik hééél veel kan eten. Vooral boterbloemkoekjes. Ik kan niet stoppen totdat ze allemaal op zijn. Mijn hele schaal met koekjes was leeg voordat de rest nog niet eens op de helft was. Ik kreeg een nieuwe volle schaal en een nieuwe en een nieuwe en een nieuwe totdat iedereen het opgegeven had. Toen ik klaar was had ik op 10 koekjes na bijna het record van Grinki de elf verbroken. Het hele bos barstte in juichen uit!

Brommelom lag kreunend op de grond. ‘Bwerk! Ik ben misselijk’, kreunde hij. Alle andere trollen stonden met grote ogen naar me te staren. Zo’n grote eter hadden ze nog nooit gezien. Vanaf die dag was ik de grote Grollebol, eetkampioen van het Trollenbos! Niemand plaagde me meer en om me heen zag ik steeds meer kleine trolletjes, die wel lief waren en zich wel wasten. Ze wilden net zo zijn als ik. Want ik was een echte trol.

Laat ons op facebook of via de mail weten wat je van ons verhaaltje vond.